VISIE MOA, EXPERTISE CENTER VOOR MARKETING INSIGHTS, ONDERZOEK EN ANALYTICS, OP PASSANTENTELLINGEN

Het onderwerp wifi-tracking leidt tot verhitte discussies, snelle onterechte besluiten en verkeerde berichtgeving. Iedereen verstaat iets anders onder wifi-tracking, van het ‘tellen en turven’ van groepen mensen op een bepaalde locatie op een bepaald tijdstip, tot het volgen van een individuele persoon, waarbij wordt vastgelegd dat de persoon op dat tijdstip op die locatie is en op dat tijdstip op een andere locatie is.

De MOA richt zich in deze uitleg van de Algemene verordening gegevensbescherming(AVG) op het stuk ‘tellen en turven’, of te wel passantentellingen, ten behoeve van statistisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 89 AVG. Specifiek wordt er ingegaan op ‘tellen en turven’ in de openbare ruimte. Bij ‘tellen en turven’  in de private ruimte kunnen andere aspecten meespelen, daar wordt in dit document niet op ingegaan.

Wanneer passantentellingen worden uitgevoerd in de openbare ruimte zijn extra waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene noodzakelijk. Een verwerkingsverantwoordelijke die een passantentelling uitvoert of laat uitvoeren door een verwerker, dient te beschikken over een grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens.

Indien het gaat om een verwerkingsverantwoordelijke, niet zijnde een overheidsinstantie, die  telt en turft in de openbare ruimte kan juridisch worden beredeneerd dat er sprake is van een gerechtvaardigd belang, zolang er maatregelen worden genomen om de vastgelegde gegevens, te weten macadres, tijdstip, locatie en antenne sterkte, te beschermen, door pseudonimiseren (artikel 89 AVG).

Een overheidsinstantie kan zich, zoals in de AVG is bepaald, niet beroepen op een gerechtvaardigd belang als grondslag om persoonsgegevens te verwerken. Een overheidsinstantie dient afhankelijk van de situatie gebruik te maken van de grondslag, ‘de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke (lees de overheidsinstantie) is opgedragen’. Daarnaast zou een grondslag voor overheidsinstanties  kunnen zijn ‘een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust’.

Bij statistisch onderzoek, zoals het turven en tellen van passanten, dienen twee processen te worden onderscheiden:

1. het tellen, turven en verwerken van de (persoons)gegevens voor het opstellen van de rapportage, waarbij in acht wordt genomen het beginsel van minimale gegevensverwerking en het gebruik pseudonimisatie tenzij het statistisch onderzoek niet is uit te voeren, binnen een parcours;

2. het vaststellen van verblijfsduur of bezoekfrequentie op macadres niveau over een bepaalde periode.

Ad 1. Om het aantal bezoekers te kunnen vaststellen moet het wel mogelijk zijn om de gegevens (eventueel na pseudonimisatie) te verwerken tot een statistisch resultaat. Dit betekent dat  bij waarneming op twee of meerdere sensoren op hetzelfde tijdstip binnen hetzelfde parcours van hetzelfde macadres (gepseudonimiseerde macadres) dit wel mag worden gebruikt om te ontdubbelen. Zo kan het juiste aantal bezoekers op een bepaalde plek, op een bepaald tijdstip, worden vastgesteld. Daarna dienen de gegevens te worden geanonimiseerd voor de uiteindelijke rapportage.

Ad 2. Bij ‘tellen en turven’ wordt het macadres (inclusief datum en tijdstip en plaats van de sensor alsmede antennesterkte) door een sensor uitgelezen en daarna verwerkt voor statistisch onderzoek voor de passantentelling, zie 1 hierboven.

Het macadres wordt verder niet gevolgd binnen de passantentelling of andere passantentellingen. Hieruit volgt dat het vastleggen van verblijfsduur en/of bezoekfrequentie aan een bepaald gebied, gedurende een bepaalde periode, waar passantentelling worden gehouden, op macadres niveau, niet is toegestaan.